ECLI:NL:CRVB:2005:AS4814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over premieplicht Ziekenfondswet en rechtszekerheidsbeginsel
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde dat een werknemer van gedaagde verplicht verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet (Zfw) over de jaren 1996-1998, omdat diens verdiensten onder de Zfw-loongrens lagen. Gedaagde betwistte dit en stelde beroep in bij de rechtbank Amsterdam voor de jaren 1996 en 1997.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor 1997, omdat appellant tijdens de procedure zijn standpunt wijzigde en de premiecorrectie voor 1997 introk. De rechtbank vond dat deze herhaalde standpuntwijziging in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het brutoloon inclusief vakantiegeld en feestdagentoeslag inderdaad onder de loongrens lag, zodat appellant terecht de premiecorrectie handhaafde. Hoewel de proceshouding van appellant niet ideaal was, is er geen sprake van strijd met rechtszekerheid of vertrouwensbeginsel. De Raad stelt vast dat gedaagde geen gedragsbepalend vertrouwen heeft gesteld op het onjuiste standpunt in het verweerschrift. Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond, waardoor het beroep van gedaagde ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep van gedaagde ongegrond, waardoor de premiecorrectie over 1997 gehandhaafd blijft.