ECLI:NL:CRVB:2005:AS4813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat functieafhankelijke vaste onkostenvergoeding premieloon vormt
Appellante verstrekte in de jaren 1995 tot en met 1998 een functieafhankelijke vaste onkostenvergoeding aan haar werknemers. Na een looncontrole concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat deze vergoedingen als premieloon moesten worden aangemerkt, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het om reële onkosten ging. Correctienota’s werden opgelegd en gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees een bewijsaanbod af om alsnog bescheiden over te leggen ter onderbouwing van de onkostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze afwijzing terecht was, omdat de loonadministratie onbetrouwbaar was en de overgelegde bonnen niet duidelijk maakten dat het om zakelijke uitgaven ging.
Appellante kon ook niet slagen met een beroep op een recent arrest van de Hoge Raad. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 20 januari 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de onkostenvergoeding als premieloon moet worden aangemerkt en wijst het beroep van appellante af.