ECLI:NL:CRVB:2005:AS4788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongeschiktheidsontslag wegens onvoldoende motivering en bewijs
Appellant, sinds 1978 werkzaam bij het Ministerie van Justitie, werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie als medewerker personeelszaken. Dit ontslag volgde na jaren van functioneringsgesprekken en incidenten in 2000, waaronder nevenactiviteiten en conflicten met collega’s.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de overgelegde stukken onvoldoende bewijs leveren voor ongeschiktheid. De Raad stelt dat de incidenten niet afzonderlijk of in samenhang voldoende zijn om ongeschiktheid aan te tonen. Ook is de motivering van het besluit onvoldoende in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beveelt dat gedaagde een nieuwe beslissing op bezwaar neemt. Tevens veroordeelt de Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot ongeschiktheidsontslag wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en motivering; gedaagde moet een nieuwe beslissing nemen.