ECLI:NL:CRVB:2005:AS4600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WW-uitkering na ontslag wegens negatieve werkbeoordeling
Appellant was sinds september 2000 in dienst bij een werkgever als pedagogisch medewerker met een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Na een negatieve beoordeling en een daaropvolgende schriftelijke opzegging door appellant, werd het dienstverband per 1 oktober 2001 beëindigd. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die bij besluit van 20 december 2001 geheel werd geweigerd vanwege het ontbreken van een reëel bezwaar tegen de voortzetting van het dienstverband.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het beoordelingsrapport en het verschil van inzicht met de werkgever rechtvaardiging boden voor de beëindiging van het dienstverband en de weigering van de uitkering.
De Raad stelde vast dat uit de stukken niet bleek dat appellant zijn werkzaamheden niet kon uitvoeren of dat er een acute noodzaak tot ontslag was. Ook het feit dat appellant een klacht had ingediend en pogingen deed de relatie met de werkgever te verbeteren, deed hieraan niet af. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering na ontslag wegens negatieve beoordeling.