ECLI:NL:CRVB:2005:AS4116
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van ontbreken nieuwe feiten
Eiseres, geboren in 1938 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in december 1996 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer en in aanmerking te komen voor een periodieke uitkering en toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Deze aanvraag werd afgewezen omdat de gezondheidsklachten van eiseres, met name psychische klachten, niet als gevolg van de oorlogservaringen werden erkend.
Na eerdere afwijzingen en een ongegrond verklaard beroep in 2002, diende eiseres in december 2002 een verzoek tot herziening in. Dit verzoek werd eveneens afgewezen omdat eiseres geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die aanleiding gaven tot herziening van het eerdere besluit. De Raad overwoog dat het verzoek om herziening discretionair is en dat de Raad slechts terughoudend toetst.
De Raad stelde vast dat de gebeurtenissen rond de vader van eiseres niet als calamiteit in de zin van de Wet kunnen worden gezien en dat de psychische problematiek niet overtuigend is toegeschreven aan de geverifieerde calamiteit van haar gevangenhouding in Solo. Het rapport van psychiater Horsman was reeds in de eerdere procedure betrokken. De Raad concludeerde dat het besluit van verweerster om niet tot herziening over te gaan redelijk is en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen.