ECLI:NL:CRVB:2005:AS4018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetenota wegens ernstige en omvangrijke fraude zonder kwijtschelding
Appellante maakte bezwaar tegen boetenota’s opgelegd over de jaren 1999 en 2000 wegens tekortkomingen in de premiebetaling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van 7 juni 2002.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 7 februari 2002 niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens vervallen belang, waardoor dat deel van de uitspraak wordt vernietigd. De Raad bevestigt echter de boetenota’s vanwege opzet of grove schuld van appellante en de ernst en omvang van de fraude.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en betaalde rechten aan appellante. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en het recht op proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad bevestigt de boetenota’s wegens ernstige fraude en verklaart het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk.