ECLI:NL:CRVB:2005:AS3397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij schoonhouden toiletruimte en schotelgeld als loon
Appellante exploiteert een horecaonderneming waar betrokkenen vanaf juni 1999 werkzaamheden verrichtten voor het schoonhouden van toiletruimtes. De rechtbank oordeelde dat deze betrokkenen in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot appellante en dat het door hen geïnde schotelgeld als loon moet worden beschouwd.
De rechtbank stelde vast dat de werkzaamheden persoonlijk werden verricht, ondanks dat vervanging zonder toestemming van de werkgever mogelijk was, omdat vervanging vrijwel uitsluitend binnen een vaste pool plaatsvond. Ook was er sprake van een gezagsverhouding, aangezien de werkzaamheden een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormden en appellante toezicht hield op de kwaliteit.
De Raad heeft in hoger beroep geen aanleiding gevonden om van dit oordeel af te wijken. Het standpunt van appellante dat betrokkenen zelf schoonmaakmaterialen verzorgden kon niet worden onderbouwd. De Raad bevestigt de privaatrechtelijke dienstbetrekking en het loonkarakter van het schotelgeld en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkenen in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden en dat het schotelgeld als loon moet worden aangemerkt.