ECLI:NL:CRVB:2005:AS3254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedifferentieerde WAO-premie bij arbeidsongeschiktheid wegens zwangerschap
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor 2002, waarbij de WAO-uitkering aan een ex-werkneemster wegens arbeidsongeschiktheid door zwangerschap en bevalling werd meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat deze uitkering niet buiten aanmerking hoeft te blijven bij de premieheffing.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat toepassing van artikel 4, vijfde lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO in dit geval in strijd zou zijn met IAO-Verdrag nr. 103 betreffende bescherming van het moederschap. De Raad verwierp dit betoog en verwees naar eerdere jurisprudentie.
De Raad stelde dat de WAO-uitkering niet specifiek is bedoeld ter bescherming van zwangerschap en moederschap, aangezien WAO-uitkeringen ook worden toegekend bij andere oorzaken van arbeidsongeschiktheid. De Nederlandse wetgever heeft de bescherming van zwangerschap geregeld via de Ziektewet.
Verder wees de Raad op bepalingen in IAO-Verdrag nr. 103 die zien op premieheffing en aansprakelijkheid van werkgevers, en concludeerde dat het meenemen van de WAO-uitkering in de premieheffing niet in strijd is met het verdrag. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De gedifferentieerde WAO-premie mag inclusief de WAO-uitkering wegens zwangerschap en bevalling worden vastgesteld.