ECLI:NL:CRVB:2005:AS3146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens onvoldoende sollicitatie ondanks arbeidsgeschiktheid met beperkingen
Appellant ontvangt bijstand en is arbeidsgeschikt verklaard met beperkingen op het gebied van arbeidsduur, werkdruk, werktempo en psychische belasting. Ondanks deze beperkingen rusten op appellant verplichtingen tot inschakeling in arbeid volgens artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
Na een heronderzoek en medisch advies van de GGD werd vastgesteld dat appellant arbeidsgeschikt is met genoemde beperkingen. Op grond hiervan heeft het College van burgemeester en wethouders een maatregel opgelegd van 10% bijstandsverlaging gedurende één maand vanwege het verwijtbaar niet of onvoldoende trachten arbeid te verkrijgen.
Appellant betwistte deze maatregel en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was en dat de opgelegde verplichtingen onterecht waren. De Raad oordeelde echter dat de medische adviezen zorgvuldig en deugdelijk waren en dat appellant geen tegenstrijdige medische gegevens had ingebracht. De verplichtingen en de maatregel zijn daarom terecht opgelegd.
De Raad concludeert dat appellant niet aan zijn sollicitatieverplichtingen heeft voldaan terwijl deze verplichtingen wel golden. De opgelegde maatregel is proportioneel en passend bij de ernst van de gedraging en de omstandigheden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De opgelegde maatregel van 10% bijstandsverlaging gedurende één maand wordt bevestigd wegens het niet voldoende trachten arbeid te verkrijgen ondanks arbeidsgeschiktheid met beperkingen.