ECLI:NL:CRVB:2005:AS2575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag penitentiair inrichtingswerker wegens ongeschiktheid
Appellant was werkzaam als penitentiair inrichtingswerker (PIW'er) op een afdeling voor beperkt gemeenschapsgeschikte gedetineerden. Na een onderzoek naar plichtsverzuim, waaronder het invoeren en verkopen van alcohol en drugs, werd hem in december 2001 onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd. Later werd dit ontslag omgezet in ontslag wegens ongeschiktheid, gebaseerd op gedragsverwijten zoals het bezoeken van een gedetineerde vriend zonder toestemming en het aanvaarden van geschenken.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het bestreden besluit over de ontzegging van toegang tot de inrichting niet langer in geschil was, maar dat het hoger beroep uitsluitend betrekking had op het ongeschiktheidsontslag. De Raad oordeelde dat hoewel de verwijten op hoofdlijnen terecht waren, appellant niet concreet en tijdig met zijn tekortkomingen was geconfronteerd, zodat hij geen reële kans had gekregen om zijn functioneren te verbeteren.
De Raad benadrukte dat het ontbreken van functionerings- of beoordelingsgesprekken en het ontbreken van gerichte kritiek door leidinggevenden niet kan worden afgewenteld op appellant. Ook het feit dat het bestuursorgaan de ontslaggrond wijzigde in bezwaar doet hieraan niet af. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het ontslagbesluit vernietigd en werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.