ECLI:NL:CRVB:2005:AS2084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten zonder dringende redenen
Appellant kreeg bijstand over de periode van april tot oktober 1999, waarbij inkomsten uit werkzaamheden niet waren gemeld. Het College van burgemeester en wethouders van Deventer herzag de bijstand en vorderde het teveel betaalde bedrag van €5.830,32 terug. Appellant voerde aan dat hij de inkomsten nodig had voor de medische behandeling van zijn moeder en dat hij daarom niet kon melden, wat volgens hem dringende redenen vormde om terugvordering te voorkomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat dringende redenen in de zin van artikel 78, derde lid, van de Algemene bijstandswet alleen kunnen bestaan uit onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen van terugvordering voor de betrokkene zelf, en niet uit verontschuldigingen voor het niet melden van inkomsten.
De door appellant overgelegde medische verklaringen mochten worden meegewogen omdat deze tijdig waren ingediend en het bestuursorgaan hierop kon reageren. Uiteindelijk concludeerde de Raad dat de omstandigheden van appellant geen dringende redenen vormden om van terugvordering af te zien, waardoor het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens ontbreken van dringende redenen om daarvan af te zien.