ECLI:NL:CRVB:2004:BG1592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering vanaf juni 1995 na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. Het UWV stelde later vast dat appellant vanaf die datum volledig werkzaam was voor zijn voormalige werkgever en vorderde onverschuldigde uitkeringen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij ook een verklaring van appellant in een andere procedure betrok.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omvang van zijn werkzaamheden en dat de rechtbank ten onrechte haar oordeel baseerde op informatie uit een andere procedure. De Raad concludeerde dat het UWV geen gericht onderzoek had verricht naar de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden en dat de gegevens onvoldoende steun boden voor het standpunt dat het recht op uitkering volledig was geëindigd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van WW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.