ECLI:NL:CRVB:2004:AS2509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na onjuiste ziekmelding tijdens detentie
Appellant werkte als nachtportier en meldde zich op 24 april 2001 ziek, terwijl hij in werkelijkheid in detentie verbleef. Hierdoor kon de werkgever geen controle uitvoeren en ontdekte pas op 4 mei 2001 de werkelijke situatie. De werkgever ontsloeg appellant per 1 maart 2002 wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant het vertrouwen van de werkgever had geschaad door niet tijdig te melden dat hij in detentie zat.
In hoger beroep betwistte appellant dit oordeel en voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij was vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. De Raad stelde vast dat appellant zich inderdaad ziek had gemeld tijdens detentie, maar dat hij op 5 mei 2001 telefonisch de ware reden van zijn afwezigheid aan de werkgever had gemeld. Dit maakte dat de gedraging niet in overwegende mate aan appellant kon worden verweten.
De Raad vernietigde daarom de eerdere uitspraak en het bestreden besluit en droeg het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten en werd appellant het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de weigering van de WW-uitkering en draagt het Uwv op een nieuwe beslissing te nemen.