ECLI:NL:CRVB:2004:AS2297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eigen bijdrage AWBZ en bevoegdheid zorgverzekeraar
Appellant, erfgenaam van betrokkene, stelde beroep in tegen twee besluiten van zorgverzekeraars over de vaststelling van de eigen bijdrage AWBZ voor verblijf in een verpleeginrichting. De Raad oordeelde dat Delta Lloyd Zorgverzekering niet bevoegd was om het eerste besluit te nemen omdat de verzekering van betrokkene bij hen per 1 januari 1999 was beëindigd. Hierdoor werd het besluit van 25 oktober 2000 vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand.
Het beroep tegen het tweede besluit van Univé Zorg, de rechtsopvolger van de verzekeraar waarbij betrokkene vanaf 1999 verzekerd was, werd ongegrond verklaard. De Raad volgde hiermee eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat het Bijdragebesluit zorg geen verboden onderscheid maakt naar burgerlijke staat of geslacht en dat de vastgestelde eigen bijdragen rechtmatig zijn.
Daarnaast werd Delta Lloyd Zorgverzekering veroordeeld in de proceskosten van appellant en in de vergoeding van griffierechten en reiskosten. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en benadrukte dat de inhoudelijke gronden van appellant reeds in eerdere procedures waren afgewezen.
Uitkomst: Het besluit van Delta Lloyd Zorgverzekering wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, het besluit van Univé Zorg bevestigd, en Delta Lloyd veroordeeld in proceskosten.