ECLI:NL:CRVB:2004:AS2130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht taxichauffeurs ondanks firmaregeling in privaatrechtelijke dienstbetrekking
In deze zaak staat de verzekeringsplicht van taxichauffeurs centraal. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had geconcludeerd dat taxichauffeurs, ondanks het bestaan van een firmaregeling, in privaatrechtelijke dienstbetrekkingen bleven werken en daarmee verzekerd waren onder diverse sociale zekerheidswetten. Dit volgde uit een grootschalig onderzoek naar de taxibranche in Amsterdam.
Appellanten, de vennoten van een taxibedrijf, voerden verweer tegen deze conclusie, stellende dat de overeenkomst met de taxichauffeurs als huurovereenkomst moest worden aangemerkt. De Raad oordeelde echter dat uit de gedingstukken blijkt dat er een arbeidsovereenkomst bestond en dat de chauffeurs feitelijk tegen betaling arbeid verrichtten.
De Raad verwierp het verweer dat de overeenkomst als huurovereenkomst moest worden gezien en bevestigde de verzekeringsplicht. Tevens oordeelde de Raad dat er geen gronden waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak bevestigt eerdere jurisprudentie over de verzekeringsplicht van taxichauffeurs uit hetzelfde onderzoek.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van taxichauffeurs wordt bevestigd ondanks de aanwezigheid van een firmaregeling.