ECLI:NL:CRVB:2004:AS2124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en weigering uitstel betaling premienota’s taxichauffeurs
In deze zaak staat de verzekeringsplicht van taxichauffeurs centraal, waarbij appellant bezwaar maakte tegen premienota’s over de jaren 1996 en 1997 die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) zijn opgelegd. De Raad bevestigt dat taxichauffeurs, ondanks privaatrechtelijke dienstbetrekkingen, als verzekeringsplichtigen worden beschouwd omdat zij feitelijk werkzaamheden verrichten voor de oorspronkelijke exploitanten van taxivergunningen.
Appellant voerde aan dat de arbeidsovereenkomsten met reservechauffeurs slechts administratieve handelingen waren, maar de Raad oordeelde dat deze overeenkomsten daadwerkelijk bestonden en dat betalingen aan deze chauffeurs hebben plaatsgevonden. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2003 waarin de verzekeringsplicht en de weigering van uitstel van betaling reeds zijn bevestigd.
Omdat het besluit tot verzekeringsplicht onherroepelijk is geworden en appellant geen nieuwe gronden aanvoert, bevestigt de Raad de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om uitstel van betaling wordt geweigerd. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de voorzitter en leden van de Raad op 16 december 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de verzekeringsplicht en weigering van uitstel van betaling worden bevestigd.