ECLI:NL:CRVB:2004:AS2071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht taxichauffeurs in privaatrechtelijke dienstbetrekking
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een beslissing van het UWV waarin een afrekeningsnota over 1998 werd opgelegd wegens correcties omtrent de verzekeringsplicht van taxichauffeurs. De kern van het geschil is of de taxichauffeurs, ondanks een firmaregeling, als werknemers in privaatrechtelijke dienstbetrekking moeten worden aangemerkt.
Het geschil vloeit voort uit een grootschalig onderzoek naar de taxibranche in Amsterdam, waarbij werd geconcludeerd dat taxichauffeurs feitelijk als werknemers werkten voor de exploitanten van taxivergunningen. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2003 waarin dezelfde materiële arbeidsverhouding werd beoordeeld en bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding heeft aangenomen tussen appellant en de betrokken taxichauffeurs. De Raad ziet geen reden om af te wijken van de eerdere jurisprudentie en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Het hoger beroep wordt verworpen en de afrekeningsnota blijft in stand. Er wordt geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzitter R.C. Schoemaker en leden G. van der Wiel en R.C. Stam op 16 december 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplichtige arbeidsverhouding tussen appellant en taxichauffeurs en wijst het hoger beroep af.