ECLI:NL:CRVB:2004:AS2063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en premieplicht voor taxichauffeurs in vennootschap onder firma
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de verzekeringsplicht van taxichauffeurs binnen een vennootschap onder firma werd vastgesteld. Het geschil draait om de jaren 1996 tot en met 1998, waarbij de Raad van bestuur van het UWV (voorheen LISV) premienota's aan appellant had gestuurd en uitstel van betaling had geweigerd.
De Raad baseert zich op een grootschalig onderzoek uit 1994 naar de taxibranche, waaruit bleek dat taxichauffeurs ondanks een firmaregeling als privaatrechtelijke dienstbetrekkingen bleven werken voor de oorspronkelijke exploitanten van de taxivergunning. De arbeidsverhouding tussen appellant, zijn echtgenote en betrokkenen binnen de vennootschap onder firma werd als verzekeringsplichtig aangemerkt.
De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2003 waarin dezelfde materiële arbeidsverhouding werd beoordeeld en bevestigt dat de premieplichtige consequenties terecht zijn opgelegd. Ook de weigering van uitstel van betaling wordt gehandhaafd. Er zijn geen gronden om af te wijken van deze eerdere beslissing, en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De verzekeringsplicht en premieplicht voor taxichauffeurs in de vennootschap onder firma worden bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.