ECLI:NL:CRVB:2004:AR8708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid per 31 december 1987
Appellant heeft een AAW-uitkering aangevraagd met ingang van 31 december 1987, de datum waarop zijn wettelijke wachttijd eindigde. De uitkeringsinstantie weigerde deze omdat zijn arbeidsongeschiktheid toen minder dan 25% was. Appellant was in de jaren daarna als dakdekker werkzaam geweest en ontving later een RWW-uitkering. Na bezwaar en beroep bevestigden rechtbank en Raad dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag 1 januari 1987 is en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onvoldoende was.
Appellant voerde aan dat onjuist was om het maatmanloon uit 1987 te indexeren en te vergelijken met latere mediane lonen uit het FIS, en dat veel geselecteerde functies vanwege oogklachten niet geschikt waren. De Raad oordeelde dat het gebruik van het FIS vanwege het ontbreken van het ACD aanvaardbaar was en dat de oogklachten uit 1996 niet relevant waren voor de situatie in 1987.
Verder stelde appellant dat het intrekken van zijn WAZ-uitkering door het SFB en de weigering van het GAK in strijd was met het vertrouwensbeginsel. De Raad verwierp dit omdat het bestreden besluit alleen de AAW-uitkering per 31 december 1987 betrof en het bestuursorgaan destijds bevoegd was. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de AAW-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% was per 31 december 1987.