ECLI:NL:CRVB:2004:AR8676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om zijn WAO-uitkering, oorspronkelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid, te herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 1 december 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad oordeelde dat appellant weliswaar beperkingen ondervond, maar geschikt was voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 25-35%. De Raad sloot zich aan bij de eerdere overwegingen van de rechtbank en verwierp nieuwe argumenten van appellant. Medisch onderzoek, waaronder een neurochirurgisch rapport, toonde geen objectief anatomisch substraat voor de klachten, waardoor beperkingen niet gerechtvaardigd waren.
Ook werd overwogen dat psychische beperkingen bij de beoordeling waren betrokken, zoals blijkt uit het fis-formulier, waarin beperkingen op aspecten als werken onder tijdsdruk en conflicthantering waren meegenomen. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de WAO-uitkering op 15-25% arbeidsongeschiktheid.