ECLI:NL:CRVB:2004:AR8558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-besluit over arbeidsongeschiktheidspercentage
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45%. Zij stelde dat haar beperkingen ernstiger waren, met name door hoofdpijn, epilepsie en polsklachten, en dat zij niet meer dan 13,5 uur per week kon werken.
De Raad beoordeelde de medische en arbeidskundige rapporten waarop het besluit was gebaseerd en oordeelde dat appellante geschikt was voor de voorgestelde functies, waarbij ook rekening was gehouden met haar beperkingen. De Raad vond geen objectief-medische aanwijzingen die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
Ook de door appellante overgelegde brief van haar neuroloog ondersteunde niet dat haar epilepsieaanvallen ernstige beperkingen veroorzaakten. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtens juist was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij het beroep van appellante ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.