ECLI:NL:CRVB:2004:AR8556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente bij onrechtmatige weigering WAO-uitkering vanaf 1980
De zaak betreft een geschil over de vergoeding van wettelijke rente door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) aan gedaagde wegens een onrechtmatig besluit dat de WAO-uitkering vanaf 1 september 1979 betrof. De rechtbank had geoordeeld dat wettelijke rente verschuldigd was vanaf 1 januari 1992, maar het Uwv stelde dat rente pas verschuldigd werd vanaf de ingebrekestelling van 9 februari 2001.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de wettelijke rente over de periode vóór 1 januari 1992 alleen verschuldigd is na een schriftelijke ingebrekestelling, die in dit geval niet is gebleken. Vanaf 1 januari 1992 verviel deze vereiste, maar de Raad vindt geen grond voor rentevergoeding vanaf die datum zonder ingebrekestelling. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie die dit bevestigt.
Verder wordt gewezen op de complexiteit rond het vaststellen van het verzekerd zijn van gedaagde, waarbij pas in 2002 duidelijk werd dat gedaagde sinds 1 september 1979 verzekerd was. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf de ingebrekestelling in 2001 en verklaart het hoger beroep voor het overige ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat wettelijke rente pas vanaf de ingebrekestelling in 2001 verschuldigd is.