ECLI:NL:CRVB:2004:AR8545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- H.J. Simon
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Afwijzing arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens niet-verzekerd zijn vernietigd
Appellante, een Duitse staatsburger woonachtig in Nederland, verzocht om een arbeidsongeschiktheidsuitkering die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd afgewezen omdat zij op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag, 1 februari 1991, niet verzekerd was. De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd na advies van een internist die zich baseerde op een moeizame anamnese van appellante.
In hoger beroep stelde appellante dat het medische onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat de Duitse instanties haar als arbeidsgeschikt hadden beschouwd. De Raad liet aanvullend onderzoek verrichten door een psychiater en een internist, die concludeerden dat appellante vanaf 1991, met uitzondering van een korte periode na een operatie, in staat was loonvormende arbeid te verrichten. De Raad oordeelde dat het eerdere onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat appellante op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet verzekerd was, waardoor het besluit tot afwijzing op een onjuiste grondslag rust.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.