ECLI:NL:CRVB:2004:AR8539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. Van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid
Appellante had aanvankelijk een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), herzag dit besluit en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 35 tot 45%, later bij bezwaar herzien naar 55 tot 65%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond. In hoger beroep heeft appellante dit standpunt herhaald, onder meer met medische verklaringen van haar huisarts en het Vincent Van Gogh Instituut.
De Raad oordeelt dat de medische advisering, waaronder de beoordeling van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, voldoende zorgvuldig was. De aanvullende medische stukken bevatten geen nieuwe gegevens die aanleiding geven tot twijfel aan de eerdere conclusies. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij niet in staat zou zijn 20 uur per week te werken, en de mate van arbeidsongeschiktheid is niet te laag vastgesteld. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.