ECLI:NL:CRVB:2004:AR8533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-schattingsbesluit wegens onvoldoende motivering arbeidskundige grondslag
Appellant, werkzaam als werkvoorbereider, viel uit wegens een arbeidsongeval en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Na bezwaar werd dit verhoogd naar 25-35%, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de medische en arbeidskundige beoordeling.
De Raad bevestigde de medische beoordeling, maar oordeelde dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was gemotiveerd. Met name was onduidelijk of functies zonder wisseldiensten passend waren onderzocht. De Raad stelde vast dat het Schattingsbesluit van 26 juli 2000 van toepassing was en dat gedaagde onvoldoende had aangetoond dat appellant geen passende functies zonder afwijkende arbeidstijden kon verrichten.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelde de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en betaalde rechten aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden WAO-schattingsbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag en gedaagde wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.