ECLI:NL:CRVB:2004:AR8530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing schatting WAO-uitkering en passende arbeid
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle die het bezwaar tegen een WAO-uitkeringsbesluit gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De kern van het geschil is de schatting van de resterende verdiencapaciteit van de gedaagde, die beperkingen heeft in arbeid onder tijdsdruk en conflicterende functie-eisen, met een urenbeperking van 32 uur per week.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet voldoet aan de wettelijke eisen van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Sb), omdat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen niet voldoende passend zijn en niet ten minste drie functies met minimaal 30 arbeidsplaatsen omvatten. De Raad bevestigt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het BUS-beleid als uitgangspunt kan dienen, maar stelt dat het besluit niet voldoet aan artikel 9 Sb Pro omdat onvoldoende passende functies zijn aangetoond.
De Raad wijst verder het beroep van appellant af en veroordeelt het Uwv in de proceskosten van de gedaagde. Tevens wordt een griffierecht opgelegd aan het Uwv. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige onderbouwing van passende arbeid bij de vaststelling van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van passende arbeid.