Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AR8518

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/425 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit UWV en toekenning wettelijke rente en proceskosten

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), dat in de plaats is getreden van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). Het bestreden besluit dateert van 7 november 2001 en werd door de rechtbank 's-Hertogenbosch bevestigd.

Het UWV heeft vervolgens aangegeven het standpunt uit het bestreden besluit niet langer te handhaven en een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Partijen hebben toestemming gegeven om de behandeling van het hoger beroep zonder zitting te laten plaatsvinden.

De Centrale Raad van Beroep constateert dat het UWV het eerdere standpunt heeft laten vallen en vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt appellante een schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente toegekend over de na te betalen uitkering, conform vaste jurisprudentie. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep, alsmede het betaalde griffierecht.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/425 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoerings-organisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde mede verstaan het Lisv.
Namens appellante heeft mr. M.J.B.R. Hermans, advocaat te Eindhoven, op daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch, nr. AWB 02/1037, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft meegedeeld het bestreden besluit van 7 november 2001 niet te handhaven en heeft op 8 december 2003 een nieuwe beslissing op bezwaar gegeven, welke in afschrift aan de Raad is toegezonden.
Bij brief van 22 januari 2004 is namens appellante gereageerd op het besluit van 8 december 2003.
Desgevraagd hebben partijen toestemming verleend om de behandeling van het hoger beroep ter zitting achterwege te laten.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat gedaagde zijn in het bestreden besluit van 7 november 2001 vervatte standpunt niet langer handhaaft. De Raad zal derhalve dit besluit vernietigen evenals de aangevallen uitspraak, waarbij dit besluit in stand is gelaten.
Appellantes verzoek om vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering dient ingevolge vaste jurisprudentie van de Raad te worden toegewezen. Wat betreft de wijze waarop die rente dient te worden berekend, volstaat de Raad met te verwijzen naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJNZB1495, JB 1995/314.
De Raad ziet aanleiding gedaagde met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van appellante voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg tot een bedrag van € 644,-- en voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep van € 322,--, totaal derhalve € 966,--.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;
Veroordeelt gedaagde tot vergoeding van renteschade als hiervoor in rubriek II is vermeld;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante tot een bedrag groot
€ 966,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 109,23 vergoedt.
Aldus gegeven door mr. T. Hoogenboom in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Schoenmaker-Zehenpfenning als griffier en uitgesproken in het openbaar op 15 december 2004.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) S.A.M. Schoenmaker-Zehenpfenning.
RW112