ECLI:NL:CRVB:2004:AR8480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Herziening ingangsdatum verhoging AAW/WAO-uitkering en proceskostenveroordeling
Appellant betwistte de ingangsdatum van de verhoging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering en een passage in het besluit over het in mindering brengen van verdiensten op de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigt het oordeel over de passage omtrent de kortingsartikelen omdat deze geen besluit in de zin van de Awb inhoudt en verklaart het beroep hierover niet-ontvankelijk.
De Raad oordeelt dat de ingangsdatum van de verhoging van de uitkering niet kan worden vastgesteld op de datum van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek in het kader van de herbeoordeling, omdat geen relevante verslechtering van de gezondheidstoestand is vastgesteld. De verhoging per 31 oktober 1997 is gebaseerd op arbeidskundige gronden die niet in geschil zijn.
Verder bevestigt de Raad dat de wachttijd van 52 weken geldt en dat deze niet eerder ingaat dan per 1 november 1996, conform de toepasselijke wet- en regelgeving. Ten slotte veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van appellant in zowel beroep als hoger beroep.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk voor passage kortingsartikelen; ingangsdatum verhoging AAW/WAO-uitkering bevestigd op 31 oktober 1997; Uwv veroordeeld in proceskosten.