ECLI:NL:CRVB:2004:AR8117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens inkomsten uit criminele activiteiten en autohandel
Appellant ontving vanaf 1994 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling en later de Algemene bijstandswet (Abw). De gemeente Eindhoven herzag en trok de bijstand over bepaalde periodes in vanwege inkomsten uit criminele activiteiten, autohandel en uitzendwerk. Appellant stelde dat hij geen autohandel dreef en dat de middelen niet voor eigen gebruik waren, maar de Raad stelde vast dat hij inkomsten uit criminele activiteiten en autohandel had ontvangen.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door deze activiteiten en inkomsten te verzwijgen. Het besluit tot intrekking over de periode van 19 februari 1999 tot en met 28 juli 1999 werd deels vernietigd omdat de gemeente inkomsten uit februari 1999 ten onrechte aan de gehele periode had toegerekend, wat strijdig was met de wet.
Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat vaststond dat appellant in die periode criminele activiteiten verrichtte en in auto's handelde, maar de omvang en hoogte van de inkomsten niet objectief vastgesteld konden worden. De terugvordering van ten onrechte verleende bijstand werd bevestigd. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over een deel van de periode wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de gemeente wordt veroordeeld in proceskosten.