ECLI:NL:CRVB:2004:AR8093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gemeente tot stellen van nadere eisen voor uitbetaling bijstand met terugwerkende kracht
Appellanten ontvingen sinds 1984 een bijstandsuitkering, die in 2000 werd opgeschort en later ingetrokken wegens het niet overleggen van gevraagde giro-afschriften. Na diverse besluiten, bezwaren en een boete opgelegd wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht, werd bij besluit van 1 november 2002 bijstand met terugwerkende kracht toegekend over de periode van 9 november 2000 tot 18 december 2001.
Appellanten weigerden echter de gevraagde rechtmatigheidsonderzoeksformulieren in te vullen, waardoor de gemeente de uitbetaling opschortte. De Raad oordeelt dat de gemeente niet alleen bevoegd maar ook gehouden was om deze formulieren te gebruiken ter beoordeling van het recht op uitbetaling. De stelling van appellanten dat de toegekende bijstand zonder meer moet worden uitbetaald, wordt verworpen.
De Raad vernietigt het eerdere vonnis van 30 oktober 2003 wegens onjuiste procesvoering en verklaart het beroep ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het hoger beroep tegen eerdere besluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de gemeente nadere eisen mag stellen voor uitbetaling van bijstand met terugwerkende kracht.