ECLI:NL:CRVB:2004:AR8091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering toestemming plastisch chirurgische correctie wegens onbevoegdheid en verminking
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht waarin het bezwaar tegen de weigering van toestemming voor een mamma-augmentatie met littekencorrectie werd afgewezen. De Commissie voor de bezwaarschriften van de Stichting Centrale Zorgverzekeraars Groep had het bezwaar ongegrond verklaard, gebaseerd op het advies van het College voor zorgverzekeringen.
De Raad stelde vast dat de Commissie onbevoegd was het bestreden besluit te nemen omdat het Reglement bezwaarschriftenprocedure van de Stichting niet voorziet in een wettelijke grondslag voor delegatie van beslisbevoegdheid, waardoor het besluit vernietigd moest worden. Vervolgens werd onderzocht of de weigering terecht was gebaseerd op het ontbreken van verminking zoals bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit ziekenhuisverpleging.
Een door de Raad benoemde deskundige bevestigde dat er sprake was van een ernstige misvorming van de borsten, die alleen met externe protheses gecamoufleerd kon worden, ondanks medische bezwaren. De Raad volgde dit oordeel en oordeelde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand konden blijven. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
De Stichting werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar en tot vergoeding van de proceskosten van appellante, met uitzondering van kosten voor het rapport van een andere deskundige die betrekking hadden op de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Stichting wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.