ECLI:NL:CRVB:2004:AR7839
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiser, geboren in 1938 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode. Hij noemde bombardementen, internering, getuige zijn van geweld en beschietingen als oorzaken.
Verweerster wees de aanvraag af omdat onvoldoende is aangetoond dat eiser persoonlijk door oorlogsgeweld is getroffen. De Raad toetste dit en constateerde dat geen bevestigende gegevens uit archieven of van lotgenoten beschikbaar waren. Ook de getuigenverklaringen waren onvoldoende overtuigend.
De Raad erkent dat eiser moeilijke oorlogsjaren heeft doorgemaakt, maar benadrukt dat erkenning gebonden is aan specifieke oorlogservaringen zoals omschreven in de Wet. Het bestreden besluit blijft daarom in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk getroffen zijn door oorlogsgeweld.