ECLI:NL:CRVB:2004:AR7682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking en premieplicht na beëindiging oproepovereenkomst
Appellante exploiteerde een betonwarenbedrijf en maakte voor regionaal vervoer gebruik van betrokkene, die tot 1 juli 1999 als oproepchauffeur werkzaam was. Na beëindiging van de oproepovereenkomst bleef betrokkene werkzaamheden verrichten op declaratiebasis, welke niet in de loonadministratie waren verwerkt.
Na een looncontrole stelde gedaagde dat betrokkene vanaf 1 juli 1999 in een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding stond tot appellante. Op basis hiervan werden correctienota's en administratieve boetenota's opgelegd voor de jaren 1999 en 2000.
De Raad oordeelde dat alle elementen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig waren, waaronder persoonlijke arbeidsverrichting, gezagsuitoefening en organisatorische inbedding. Het beroep van appellante dat betrokkene zelfstandig ondernemer was, faalde, evenals het argument dat betalingen deels huur of kilometervergoeding betroffen.
Verder werd geoordeeld dat appellante nalatig was door niet zelf informatie in te winnen bij gedaagde, waardoor de boetenota's terecht waren opgelegd wegens opzet of grove schuld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat zonder beleidsvrijheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de correctienota's en boetenota's worden bevestigd.