ECLI:NL:CRVB:2004:AR7678
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding medische kosten gebitsklachten wegens ontbreken causaal verband met internering
Eiser, geboren in 1940 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om vergoeding van medische kosten voor gebitsklachten op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo) en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv). Hij stelde dat zijn overmatige gebitsslijtage het gevolg was van zijn internering in een kamp tijdens de Japanse bezetting.
De verweersters wezen de aanvraag af omdat het vereiste causale verband tussen de gebitsklachten en het kampverblijf ontbrak. Dit oordeel werd onderbouwd met medische adviezen, waarin werd gesteld dat de slijtage vooral het gevolg was van tandenknarsen, een multifactorieel fenomeen waarbij stress slechts een rol speelt, en dat er geen continue gebitsproblematiek sinds de oorlog was.
Eiser voerde aan dat hij al van jongs af aan tandheelkundige problemen had en dat zijn broer wel een vergoeding ontving, wat volgens hem wijst op een zwak gebit door het kampverblijf. De Raad oordeelde echter dat de medische gegevens en adviezen geen aanwijzingen bevatten om het oordeel van de verweersters te betwijfelen. De Raad concludeerde dat het kampverblijf niet als oorzaak kan worden aangewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Proceskostenvergoeding werd niet toegekend. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 9 december 2004.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van causaal verband tussen gebitsklachten en kampverblijf.