ECLI:NL:CRVB:2004:AR7649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
WAO-uitkering ten onrechte geweigerd wegens ondeugdelijke medische grondslag
Gedaagde, een voormalig groepsleerkracht, vroeg een WAO-uitkering aan wegens gezondheidsklachten die haar arbeidsongeschiktheid zouden verklaren. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af op grond van het standpunt dat er geen medische beperkingen waren vastgesteld.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat op basis van medische rapportages, waaronder die van internist Jonker, sprake was van objectieve medische beperkingen die de arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen. Het Uwv ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat gedaagde bij einde wachttijd nog gedeeltelijk werkte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat ondanks het gedeeltelijk werken bij einde wachttijd, de medische rapportages consistent en overtuigend aantonen dat gedaagde beperkingen ondervond. Het bestreden besluit berustte op een ondeugdelijke medische grondslag en kon niet in stand blijven. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het Uwv in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering ten onrechte is geweigerd en vernietigt het bestreden besluit.