ECLI:NL:CRVB:2004:AR7379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens reserveringsmogelijkheid
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van woninginrichting, stellende dat hij tweemaal moest verhuizen en deze kosten niet kon betalen uit de algemene bijstandsnorm. De gemeente wees de aanvraag af omdat appellant volgens hen voldoende had kunnen reserveren uit de algemene bijstand. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond en vernietigde het besluit over een ander bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat woninginrichtingskosten in principe uit het inkomen of door gespreide betaling moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. In deze zaak is onvoldoende gebleken dat sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden. De Raad stelt dat het bestuursorgaan geen beleidsvrijheid heeft bij de beoordeling van de noodzaak van bijzondere bijstand in deze context en dat de rechter een volle toetsing moet toepassen.
De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant geen bijzondere bijstand toekomt voor de woninginrichting, omdat hij deze kosten had kunnen reserveren. Tevens wordt vastgesteld dat het standpunt van de gemeente dat appellant een lening had kunnen gebruiken ter betaling van de inrichtingskosten, juist is. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd omdat appellant de kosten had kunnen reserveren uit de algemene bijstand.