ECLI:NL:CRVB:2004:AR7137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Gedaagde was in dienst bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die eindigde op 30 september 2001. De werkgever zei de overeenkomst op per 1 september 2001. Gedaagde ontving een WW-uitkering vanaf 3 september 2001, maar deze werd met 20% gekort gedurende 16 weken omdat hij onvoldoende had gesolliciteerd vanaf het moment dat hij wist dat zijn contract zou eindigen.
De rechtbank had het besluit vernietigd en oordeelde dat gedaagde niet verplicht was te solliciteren in de periode tussen het moment van kennisname van het einde van het contract en de eerste werkloosheidsdag. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat deze periode niet zo kort was dat geen sollicitatieplicht bestond. Ook het verrichten van fulltime arbeid en het inschrijven als werkzoekende waren onvoldoende om aan de sollicitatieplicht te voldoen.
De Raad verwierp ook het verweer dat lichamelijke klachten een vrijstelling van sollicitatieplicht rechtvaardigden en oordeelde dat het niet aan appellant was om aan te tonen dat geschikte vacatures aanwezig waren. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarmee de korting op de WW-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering gedurende 16 weken wordt gehandhaafd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.