ECLI:NL:CRVB:2004:AR7049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste opgave zelfstandige werkzaamheden
Appellant betwistte de terugvordering van teveel betaalde WW-uitkering omdat hij aan het UWV minder uren als zelfstandige had opgegeven dan aan de fiscus. Hij stelde dat de opgave aan het UWV alleen de uren betrof waarin omzet werd gegenereerd, terwijl de fiscale opgave alle uren betrof die met de onderneming te maken hadden.
De Raad oordeelde dat alle werkzaamheden die voortvloeien uit het zelfstandig ondernemerschap als ondernemersactiviteiten moeten worden opgegeven aan het UWV, ongeacht of deze direct omzet opleveren. De opgave aan de fiscus, inclusief de zelfstandigenaftrek en de verklaring van appellant dat hij circa 1600 uur per jaar aan zijn onderneming besteedde, vormden voldoende bewijs dat de werkelijke omvang van de werkzaamheden gemiddeld 23,5 uur per week bedroeg.
Appellants betoog dat hij zijn opgave aan het UWV had besproken met zijn contactambtenaar werd verworpen wegens gebrek aan bewijs en gemotiveerde betwisting door gedaagde. Ook het arrest van het gerechtshof ’s-Gravenhage, waarin appellant werd vrijgesproken van opzettelijk onjuiste opgave, leidde niet tot een ander oordeel in dit bestuursrechtelijke geschil.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De terugvordering van de teveel betaalde WW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de teveel betaalde WW-uitkering blijft in stand.