ECLI:NL:CRVB:2004:AR7034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit blijvende weigering WW-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek ziekte na zwangerschap
Appellante was werkzaam bij Aldi Ommen B.V. en ging met zwangerschapsverlof. Na haar bevalling keerde zij wegens gezondheidsklachten niet terug aan het werk. De arbodienst stelde haar gedeeltelijk arbeidsgeschikt, maar zij hervatte het werk slechts kortdurend en stopte daarna. De werkgever betaalde geen loon meer en ontbond de arbeidsovereenkomst zonder verwijt aan appellante.
Appellante vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat zij volgens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verwijtbaar werkloos was geworden door onwettig verzuim. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante niet aan het werk ging terwijl zij medisch gezien in staat werd geacht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij leed aan een postnatale depressie en dat het Uwv onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar medische situatie, waaronder het nalaten contact op te nemen met haar huisarts. De Raad oordeelde dat het Uwv zich onvoldoende rekenschap had gegeven van de feiten en omstandigheden en onvoldoende zorgvuldig onderzoek had verricht. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit moet nemen, waarbij ook de proceskosten aan appellante worden toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldig onderzoek.