ECLI:NL:CRVB:2004:AR6923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens niet melden zelfstandige werkzaamheden
Appellante ontving vanaf 13 januari 1997 een WW-uitkering en toeslag. Na een tip startte het UWV een onderzoek waaruit bleek dat zij vanaf 24 januari 1997 minstens 36 uur per week als zelfstandige in een toko werkzaam was geweest. Op basis hiervan werd de uitkering met terugwerkende kracht beëindigd en te veel betaalde bedragen teruggevorderd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gezondheidstoestand haar ongeschikt maakte voor zelfstandig ondernemerschap en dat getuigenverklaringen haar positie onderschreven. Zij stelde ook dat haar verklaring aan de opsporingsambtenaar niet overeenkwam met haar wil vanwege psychische beïnvloedbaarheid.
De Raad hechtte zwaar aan de verklaring van appellante aan de opsporingsambtenaar, die zij had ondertekend en die werd ondersteund door getuigenverklaringen. De Raad verwierp het betoog over psychische problematiek en concludeerde dat appellante intensief betrokken was bij de bedrijfsvoering vanaf de opening van de toko. De beëindiging van de uitkering en terugvordering bleven daarom in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de WW-uitkering en toeslag wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden wordt bevestigd.