ECLI:NL:CRVB:2004:AR6919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- H.T. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt terugvordering WW-uitkering en boete ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving in 1998 een WW-uitkering die later werd herzien wegens verzwegen inkomsten. De onverschuldigd betaalde uitkering werd teruggevorderd en een boete opgelegd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar deze werden door rechtbank en Raad ongegrond verklaard.
Na vaststelling van de terugvordering en boete werd de maximale aflossingscapaciteit vastgesteld en terugbetaling geëist. Appellant betaalde niet en reageerde niet op verzoeken om financiële informatie. Gedaagde verklaarde daarop de vordering geheel opeisbaar en kondigde invordering via loonbeslag aan.
Appellant voerde aan dat de oorspronkelijke uitkering te laag was en dat hij eerst de situatie uitgezocht wilde zien. De Raad oordeelde dat de herziene uitkering en terugvordering in rechte vaststaan en dat het bezwaar tegen de invorderingskosten terecht ongegrond is verklaard. Het bezwaar tegen het besluit over invorderingskosten werd alsnog ongegrond verklaard, waarmee de Raad het geschil inhoudelijk afhandelde.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de invorderingskosten wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WW-uitkering en boete bevestigd.