ECLI:NL:CRVB:2004:AR6897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-plaatsing ambtenaar na fusie brandweerkorpsen
Appellant was sinds 1984 werkzaam bij de gemeentelijke brandweer van Leidschendam en werd na de fusie van de brandweerkorpsen van Leidschendam en Voorburg niet geplaatst in zijn oude functie. De fusie leidde tot een geheel nieuwe organisatie met gewijzigde taken, een groter verzorgingsgebied en andere bestuurlijke aansturing. Op grond van het Sociaal Statuut kon appellant geen aanspraak maken op behoud van zijn oude functie omdat deze in belangrijke mate was gewijzigd.
Daarnaast werd appellant niet geschikt geacht voor de nieuwe functie vanwege onvoldoende inzicht in de gewijzigde functie-eisen en een onvoldoende leidinggevende en bestuurlijke capaciteiten. Appellant maakte bezwaar tegen de plaatsingsbesluiten, maar dit werd door de gemeente ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de gewijzigde organisatie en functie-eisen een rechtvaardiging vormen voor het niet toepassen van het principe 'mens volgt functie'. Ook het oordeel over de geschiktheid van appellant was voldoende gemotiveerd en rechtvaardigde het besluit tot niet-plaatsing. De Raad wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-plaatsing in de oude functie wordt bevestigd.