ECLI:NL:CRVB:2004:AR6865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling gedifferentieerde premie WAO voor 1998, 1999 en 2002
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) inzake de vaststelling van de voor haar geldende gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor de jaren 1998, 1999 en 2002. Hierbij werden WAO-uitkeringen aan (ex-)werknemers in de jaren 1996, 1997 en 2000 in aanmerking genomen.
Tijdens de zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van appellante de beroepsgronden betreffende schending van artikel 4, achtste lid van het ILO-verdrag C103 en het uitblijven van herbeoordelingen van de toegekende uitkeringen niet langer gehandhaafd. De overige beroepsgronden waren reeds in eerdere rechtspraak door de Raad verworpen en slagen ook in deze procedure niet.
De Raad verwijst voor de motivering naar deze eerdere rechtspraak en ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De aangevallen uitspraken worden bevestigd, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde premie en wijst het hoger beroep af.