ECLI:NL:CRVB:2004:AR6851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostwinnerschap zelfstandige voor medeverzekering Ziekenfondswet
Appellante, een zelfstandig ondernemer sinds 1996, verzocht om haar dochter als medeverzekerde onder de Ziekenfondswet (Zfw) te laten opnemen. Gedaagde weigerde dit omdat appellante niet voldeed aan het kostwinnersvereiste, dat inhoudt dat haar inkomen in de regel ten minste de helft van het gezamenlijke gezinsinkomen moet bedragen.
De Raad overwoog dat het inkomensbegrip voor zelfstandigen gebaseerd is op het belastbare inkomen zoals vastgesteld door de Belastingdienst over een representatieve referteperiode. Uit de gegevens bleek dat appellante slechts in 1998 een hoger inkomen had dan haar partner, maar in andere jaren niet, waardoor zij niet aan het in de regel-criterium voldoet.
Verder oordeelde de Raad dat het inkomensbegrip voor zelfstandigen niet in strijd is met discriminatieverboden en dat het verschil met het loonbegrip voor werknemers gerechtvaardigd is vanwege de draagkrachtbeginsel en de praktische uitvoerbaarheid.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Utrecht werd daarmee bevestigd, het beroep van appellante ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering tot medeverzekering van haar dochter bevestigd.