ECLI:NL:CRVB:2004:AR6558
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als vervolgde en toekenning uitkering op grond van de WUV
Eiser, geboren in 1942 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg erkenning als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) en een periodieke uitkering. Hij baseerde zijn aanvraag op gezondheidsklachten die hij toeschreef aan zijn oorlogservaringen en het overlijden van zijn vader in 1943, die tewerkgesteld was aan de Birma-spoorlijn.
Verweerster wees de aanvraag af omdat eiser geen vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet en zijn psychische klachten en infectieziekte niet in direct verband stonden met het overlijden van zijn vader. De medische adviezen van geneeskundig adviseurs van de Pensioen- en Uitkeringsraad concludeerden dat de klachten eerder voortkomen uit persoonlijkheidsproblematiek en de slechte leefomstandigheden in de oorlog.
Eiser stelde dat verweerster onvoldoende onderzoek had gedaan naar een zogenaamd vlagincident waarbij zijn familie kort werd vastgehouden, maar de Raad oordeelde dat dit geen vervolging in de zin van de Wet was. De Raad bevestigde dat de discretionaire bevoegdheid van verweerster om personen gelijk te stellen met vervolgden terughoudend wordt getoetst en vond het besluit voldoende gemotiveerd en de medische beoordeling deugdelijk.
De Raad verwierp de stelling van eiser dat er een direct verband was tussen zijn psychische klachten en het overlijden van zijn vader en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Raad een verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot erkenning als vervolgde en toekenning van een uitkering wordt ongegrond verklaard.