ECLI:NL:CRVB:2004:AR6536
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiser, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in december 1998 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten door oorlogservaringen. Dit verzoek werd in 1999 afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat eiser door oorlogsgeweld was getroffen. Na bezwaar en beroep bleef deze afwijzing in stand. In 2003 verzocht eiser om herziening, maar dit werd eveneens afgewezen omdat geen nieuwe relevante feiten waren aangevoerd.
De Raad overwoog dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en dat toetsing terughoudend dient te zijn. Omdat eiser alleen medische informatie had aangeleverd zonder aan te tonen dat hij daadwerkelijk door oorlogsgeweld was getroffen, was er geen reden om het eerdere standpunt te herzien. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad benadrukte dat erkenning als burger-oorlogsslachtoffer primair vereist dat de aanvrager direct betrokken is geweest bij oorlogsgeweld zoals omschreven in artikel 2 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Pas na vaststelling van deze betrokkenheid kunnen medische gevolgen een rol spelen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening afgewezen wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.