ECLI:NL:CRVB:2004:AR6516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering en WAO-uitkeringsherziening na auto-ongeval
Appellant, een voormalig asfaltmedewerker, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en meldde zich in januari 2001 ziek na een auto-ongeval. Gedaagde, het UWV, weigerde hem per 5 februari 2001 een Ziektewetuitkering toe te kennen en weigerde tevens de WAO-uitkering te verhogen. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan volledig arbeidsongeschikt te zijn en betwistte het vastgestelde opleidingsniveau, dat volgens hem te hoog was ingeschat. Medische rapporten, waaronder van een bezwaarverzekeringsarts en een revalidatiearts, werden besproken. De Raad concludeerde dat de psychische klachten pas na de relevante datum ontstonden en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid per 5 februari 2001 rechtvaardigden.
De Raad beoordeelde ook de arbeidskundige onderbouwing van de WAO-herbeoordeling en stelde vast dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend waren, ondanks enkele functies die vanwege opleidingsniveau niet geschikt waren. Het verlies aan verdiencapaciteit werd correct vastgesteld op circa 32%, wat leidde tot een herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraken van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De weigering van de Ziektewetuitkering en de afwijzing van de verhoging van de WAO-uitkering werden gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering en de afwijzing van de verhoging van de WAO-uitkering.