ECLI:NL:CRVB:2004:AR6435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- H.T. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid ondanks medische en taalkundige omstandigheden
Appellant was sinds 1989 werkzaam bij Dutch Cocoa & Chocolate Company B.V. en werd in 1996 op een nieuwe werkplek geplaatst waar zijn functioneren kritiek kreeg. Ondanks herhaalde waarschuwingen verbeterde zijn gedrag niet. Vanaf 1999 was appellant om medische redenen niet geschikt voor zijn oorspronkelijke werkzaamheden en werd hij gedetacheerd bij een zustervennootschap, waar ook problemen ontstonden.
De werkgever verzocht in januari 2001 de arbeidsovereenkomst te ontbinden, wat in februari 2001 door de kantonrechter werd toegewezen. Appellant vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze weigering.
De Raad oordeelde dat appellant ondanks zijn medische situatie en taalproblemen verantwoordelijk bleef voor zijn gedrag en dat er geen omstandigheden waren die tot verminderde verwijtbaarheid leidden. Appellant had moeten begrijpen dat zijn houding tot ontslag zou leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.