ECLI:NL:CRVB:2004:AR6432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijtbare werkloosheid en weigering WW-uitkering na nietig ontslag in proeftijd
Appellant was werkzaam bij Stadsvervoer Dordrecht en sloot een nieuwe arbeidsovereenkomst met proeftijd, waarna hij per einde proeftijd werd ontslagen. Hij stelde het ontslag nietig en maakte bezwaar tegen de weigering van WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de functie wezenlijk was veranderd, zodat een nieuwe proeftijd gerechtvaardigd was. In hoger beroep herhaalde appellant deze stellingen en verwees naar jurisprudentie die het bedingen van een nieuwe proeftijd toestaat bij duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden.
De Raad oordeelde echter dat de aangevoerde verschillen onvoldoende waren om van een rechtsgeldige nieuwe proeftijd te spreken. Ook was appellant nalatig in het voortzetten van juridische stappen na het inroepen van nietigheid. Hierdoor was sprake van verwijtbare werkloosheid en was de weigering van de WW-uitkering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering van voorschotten bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant verwijtbaar werkloos is en de WW-uitkering terecht is geweigerd.