ECLI:NL:CRVB:2004:AR6372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie ondanks betwisting uitkeringsgrondslag
Appellante betwistte de hoogte van de gedifferentieerde WAO-premie die mede gebaseerd was op een WAO-uitkering aan een werknemer in 1998, en stelde dat dit een schending van artikel 13 EVRM Pro opleverde doordat geen effectief rechtsmiddel beschikbaar zou zijn.
De Raad overwoog dat artikel 13 EVRM Pro een effectief nationaal rechtsmiddel vereist, dat zowel praktisch als juridisch effectief moet zijn. De klacht van appellante richtte zich op de materiële inrichting van het Besluit premiedifferentiatie, waarbij een onjuiste WAO-toekenning leidde tot een premieverhoging zonder voldoende compensatie.
De Raad stelde vast dat appellante wel degelijk haar geschil aan de rechter kan voorleggen en dat de procedure een effectief rechtsmiddel vormt. Tevens benadrukte de Raad dat het beroep tegen de toekenning van de WAO-uitkering afzonderlijk kan worden gevoerd en dat de hoogte van de premie alleen afhankelijk is van de feitelijk uitbetaalde uitkering, niet van de rechtmatigheid daarvan.
Daarmee wees de Raad het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder aanleiding om artikel 87e van de WAO buiten toepassing te laten. De procedure voldoet aan de eisen van het EVRM en het IVBPR.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie en wijst het beroep af.